Callsign of roepletters

Elke radioamateur heeft een unieke callsing, dit zijn de roepletters waarmee hij zich voortaan in al het radioverkeer moet identificeren. 

Het eerste deel van deze roepletters, het prefix bestaande uit 2 of 3 tekens, is kenmerkend voor het land. Zo zijn alle prefixen beginnend met PA t/m PI toegewezen aan Nederland en de prefixen beginnend met ON t/m OT aan België. Binnen deze toewijzing is men per land vrij in het maken van een onderverdeling.

Land Prefix Licentie Bijzonderheden
B ON0   Automatische, onbemande stations zoals repeaters, bakens en packetradio-knooppunten.
B ON2 Examen afgelegd voor 15/09/2005 zonder CW. Is een CEPT-erkende vergunning, waardoor gebruik in (veel) andere landen mogelijk is. Alle banden volledig van 160 m tot en met 70 cm met uitzondering van 70 MHz. Zelfbouw en modificatie is toegelaten onder voorwaarden. Vreemdelingen met een machtiging krijgen ON9A. Dit is gelijk aan ON2, maar enkel voor korte duur. Daarna moeten ze een permanente machtiging aanvragen. Toegelaten vermogen gelijk aan dat van ON3.
B ON3 Basisvergunning Beperkte machtiging (geen Novice) voor 11 radioamateurbanden tussen 3,5 MHz (80 m) en 440 MHz (70 cm) alleen met commerciële zendapparatuur. Het maximaal toegelaten zendvermogen bedraagt 50 watt, let wel: dit is het gemiddelde vermogen waarbij voor AM/SSB en PEP vermogen van 100 W geldt. Zelfbouw of gemodificeerde apparatuur is niet toegestaan. Met deze vergunning kan men niet naar het buitenland.
B ON1, ON4, ON5, ON6, ON7, ON8 HAREC Volledige machtiging voor alle voor radioamateurs beschikbare frequentiebanden met een zendvermogen tot 1500 watt. Let wel: dit is het gemiddelde vermogen, afhankelijk van de frequentie.
B ON9 Voorbehouden aan vreemdelingen die woonachtig zijn in België Voorwaarden zijn afhankelijk van hun oorspronkelijke licentie, enkel voor korte duur, daarna moet men een Belgische permanente machtiging aanvragen. ON9A is gelijk aan ON2 en voorbehouden aan Novicehouders. De andere zijn gelijk aan HAREC.
B OO–>OT Voormalige contestcallsign voor clubstations Nu is het voor een ieder die een HAREC-vergunning heeft mogelijk een speciaal callsign aan te vragen. De OT5x-reeks blijft voorbehouden voor clubstations.
Land Prefix Licentie Bijzonderheden
NL PA, PB, PC, PE, PF, PG, PH F(ull) (vroeger A,B of C) Volledige machtiging voor alle amateurbanden (zie Overzicht van de aan radiozendamateurs toegewezen frequenties) met een maximum zendvermogen van 400 watt. Vanaf de 23-cm-band en hoger geldt een maximum zendvermogen van 120 W.
NL PD N(ovice) (vroeger D) Beperkte machtiging alleen voor de 40-m-, 20-m-, 10-m-, 2-m- en 70-cm-band met een maximum zendvermogen van 25 watt.
NL PI4   Gereserveerd voor verenigingszenders.
NL PI5   Gereserveerd voor opleidingen.
NL PI1   D-star relaisstations, Packetradio accesspoints en nodes (knooppunten).
NL PI2, PI3   Gereserveerd voor FM-relaisstations. Zie ook relaiszender.
NL PI6   Gereserveerd voor ATV-relaisstations en transponders.
NL PI7   Gereserveerd voor bakenzenders.
NL PI8   Packetradio mailboxen.
NL PI9   Gereserveerd voor verenigingszenders.
NL PI9D DARES PI9DA t/m PI9DZ Gereserveerd voor DARES.

België

Belgische stations hebben een verplichte prefix ON, gevolgd door één cijfer en twee of drie letters. Op aanvraag kan een tweede zogenaamde ‘vanity call sign’ gebruikt worden met prefix OO tot en met OT. Radioamateurs in België kunnen binnen de gestelde grenzen vrij hun roepteken kiezen. Vreemdelingen die naar België komen, korter dan 3 maanden, moeten hun call voorafgaan met ON/.

Nederland

Voor Nederland bestaat een callsign uit een prefix van twee letters en één cijfer, gevolgd door een suffix van één, twee of drie letters. De roepnaam is tegenwoordig vrij te kiezen, met uitzondering van SOS en lettercombinaties in de reeks QOA t/m QUZ als suffix, om verwarring met de Q-codes te voorkomen. Willekeurig voorbeeld van een Nederlandse callsign is PE1GLL. Aan Nederland toegewezen prefixletters zijn vanaf PA tot en met PI.